Paradoxaal genoeg is evenwicht pas goed als het instabiel is." - Eliane Lefebvre
We organiseren onszelf in relatie tot de ruimte en tot de zwaartekracht via drie fundamentele elementen: balans, houding en beweging.
Wanneer we ons lichaam goed gebruiken, ervaren we souplesse en lichtheid. De spierspanning is dan goed verdeeld en het lichaam wordt gedragen door de diepe houdingsspieren — spieren die langdurig actief kunnen zijn zonder moe te worden.
Deze diepe spieren geven ons een gevoel van waar we ons in de ruimte bevinden.
Maar als die functie wordt overgenomen door de oppervlakkige bewegingsspieren, dan “denkt” het brein dat er inspanning nodig is om rechtop te blijven staan. Daardoor ontstaan onnodige en vermoeiende spierspanningen — wat alles nog moeilijker maakt.
Het verlies van dit subtiele samenspel van krachten is meestal het gevolg van hoe we onszelf gebruiken. We brengen onszelf — vaak onbewust — uit balans. Dat patroon kunnen we afleren. De Alexandertechniek maakt duidelijk welke gewoontes onze natuurlijke balans verstoren.
Ze leert ons dat als we die ingesleten patronen — wat Alexander “de fout ingaan” noemde — kunnen loslaten, we opnieuw de vrijheid kunnen ervaren die we als kind hadden. De zelfwaarneming die je hierbij ontwikkelt, wordt als het ware een innerlijke gids die je helpt om op koers te blijven — zowel fysiek als mentaal.