Moet ik daaruit niet concluderen dat het iets is wat ík doe (...) dat dit probleem veroorzaakt?”
- F.M. Alexander

Frederick Matthias Alexander werd geboren in 1869 in het noordwesten van Tasmanië, een eiland voor de kust van Australië. Hij kreeg les van een dorpsonderwijzer die zijn potentieel zag, en al op jonge leeftijd groeide zijn passie voor Shakespeare – een passie die zijn droom voedde om acteur te worden. Op zeventienjarige leeftijd verliet hij zijn ouderlijk huis om als boekhouder te werken bij een mijnbouwproject, maar zijn broze gezondheid, die hem altijd al parten speelde, verhinderde vaak dat hij kon werken. Toen hij echter voldoende geld had gespaard, verhuisde hij naar Melbourne om acteren, voordrachtskunst en viool te studeren. Maar nog voor zijn acteercarrière goed en wel van start kon gaan, kreeg hij te maken met een terugkerend stemverlies. Geen enkele arts vond een medische oorzaak, en niemand kon hem echt helpen. Alexander besloot toen om het probleem zelf te onderzoeken. Zijn eerste intuïtie was opvallend helder: misschien doe ik zelf iets waardoor mijn stem verdwijnt.

Zo begon hij aan een lang en geduldig proces van zelfobservatie – een zoektocht die leidde tot het volledig herstel van zijn stem én een opvallende verbetering van zijn algemene gezondheid.

Door wat hij eerst als een persoonlijk probleem beschouwde, te doorgronden, ontdekte Alexander iets veel groters: dat wat er nodig is om het lichaam optimaal te laten functioneren. Op basis van die inzichten ontwikkelde hij een praktische techniek om zijn bevindingen met anderen te delen. Toen steeds meer mensen wilden begrijpen hoe hij zulke resultaten had bereikt, begon hij rond 1894, op 25-jarige leeftijd, les te geven in Melbourne en later in Sydney. Zijn vermogen om de ademhaling te bevrijden leverde hem al snel de bijnaam “de ademhalingsman” op. Ook artsen raakten geïnteresseerd in zijn werk en verwezen patiënten met astma, bronchitis en andere aandoeningen naar hem door.

De meest invloedrijke onder hen was W. J. Stewart McKay, een internationaal gerespecteerd arts. Hij overtuigde Alexander ervan om naar Londen te gaan om zijn techniek verder te verspreiden. In 1904 arriveerde Alexander daar, met aanbevelingsbrieven gericht aan vooraanstaande artsen – klaar om zijn werk verder uit te dragen. In Londen, groeide zijn praktijk gestaag naarmate steeds meer mensen de diepgaande voordelen van zijn techniek ervaarden. Invloedrijke tijdgenoten spraken openlijk hun bewondering uit, onder wie schrijvers George Bernard Shaw en Aldous Huxley, de Nobelprijswinnende neurofysioloog Sir Charles Sherrington, en de Amerikaanse filosoof John Dewey.

Frederick Matthias Alexander & John Dewey

In 1910 publiceerde Alexander zijn eerste boek: Man’s Supreme Inheritance (Het hoogste erfdeel van de mens), gevolgd door drie andere werken die zijn methode verder uitdiepen.
Het bekendste is The Use of the Self (Het gebruik van jezelf, 1932), dat nog steeds wordt beschouwd als een standaardwerk voor wie zich in zijn principes wil verdiepen.

Tussen 1914 en 1924 pendelde Alexander tussen Londen en New York, waardoor zijn werk ook in de Verenigde Staten bekend raakte. Tijdens deze periode ontmoette hij John Dewey, een invloedrijke filosoof en psycholoog, die diep onder de indruk was van Alexanders werk. Dewey speelde een belangrijke rol in het onder de aandacht brengen van de techniek binnen de educatieve en wetenschappelijke wereld.

In 1924, in Londen, richtten twee van Alexanders assistentes, Ethel Webb en Irene Tasker - beiden opgeleid in de Montessoripedagogiek - een school op die later bekend werd als “de kleine school”. In deze school werd de Alexandertechniek een essentieel onderdeel van het dagelijkse programma. Zo werden zijn principes voor het eerst op een bredere schaal geïntroduceerd – onder meer bij leerkrachten en kinderen. In 1931 zette Alexander een nieuwe stap: hij richtte in Londen de allereerste Teacher’s Training Course op – een opleiding tot leraar in de Alexandertechniek. Deze opleiding maakte het mogelijk om een nieuwe generatie docenten op te leiden en zijn werk duurzaam verder te verspreiden.